Waarom is outcross zo belangrijk (voor ons)?

Bij de meeste hondenrassen wordt maar een klein percentage van het aantal honden voor de fok gebruikt. Vaak wordt dan ook nog een populaire reu het meest gebruikt. Het gevolg daarvan is dat veel honden te nauw verwant raken, dat geeft gezondheidsproblemen.

Een ras als de Shiloh Shepherd is een ras met weinig honden en dan is er niet zoveel keuze in de fokdieren.

Voor beide groepen geldt dat outcross met een niet-verwant ras verbreding van de genenpoel geeft. Geleerden hebben de genen van heel veel rassen onderzocht en aan de hand daarvan een lijst gemaakt met vier hoofdgroepen. Die lijst laat zien welke honden het meest aan elkaar verwant zijn.

Hieronder zijn een paar rassen geel gemaakt om te laten zien waar ze zitten in de groepen. Van links naar rechts zijn de geel gemarkeerde rassen: De Malamute, Ierse Wolfhond, Grote Poedel ook wel Koningspoedel genoemd, Riesenschnauzer en de Duitse herder. Zoals je ziet valt dat de Duitse herder, en dus ook de Shiloh, onder de groep 'Mastiff'.

Hieronder zijn een paar rassen geel gemaakt om te laten zien waar ze zitten in de groepen. Van links naar rechts zijn de geel gemarkeerde rassen: De Malamute, Ierse Wolfhond, Grote Poedel ook wel Koningspoedel genoemd, Riesenschnauzer en de Duitse herder. Zoals je ziet valt de Duitse herder, en dus ook de Shiloh, onder de groep 'Mastiff'.

Cellen en Chromosomen:


Het lichaam bestaat uit veel cellen en elke cel bestaat uit verschillende onderdelen, waaronder de chromosomen. In bijna alle cellen zitten paren chromosomen. Hierin staat de erfelijke informatie die door beide ouders meegegeven wordt.

De chromosomen lijken op wenteltrapjes. Op de treden van de wenteltrapjes liggen de genen. Deze zijn verantwoordelijk voor bijvoorbeeld de bouw van het lichaam. Ze regelen ook het uiterlijk van de hond en dat zorgen alle onderdelen van het lichaam werken.

Hoe groter de verscheidenheid in genen binnen een ras, hoe gezonder de honden zijn.

Als je uit een genenpoel steeds een paar honden pakt, omdat die er zo mooi uitzien en de rest van de honden niet gebruikt, dan begrijp je dat dit een verarming van de genenpoel is. 

 

Bijvoorbeeld:

Onderstaande plaatjes stellen twee ouderparen honden voor, elk met hun vier pups.

Als we pup nr 7 van het eerste paar kruisen met pup 5 van het tweede paar, dan zullen er geen groene pups geboren worden uit die combinatie. Een pup daarvan kruisen we terug naar pup 5 van het eerste ouderpaar en je zult nog steeds geen groene pups zien. Op dezelfde manier werkt het ook met genen voor de gezondheid. 

Zo is te zien hoe makkelijk we een kleur en/of een stukje gezondheid kwijtraken. Om dat te voorkomen, hebben wij als ISSA besloten (daar valt de SSCN ook onder) dat outcross echt noodzakelijk is.



Besloten om outcross te doen en dan ....

Als we terugkijken naar de eerste afbeelding en we besluiten een outcross te doen, dan moeten we een ras kiezen dat niet te dicht bij de Duitse herder ligt. De Shiloh is daaruit ontstaan en heeft die genen al. Omdat de Shiloh in de groep Mastiff zit, hebben we besloten dat we geen ras uit die groep nemen. Tina heeft in het verleden al eens een Malamute-kruising gebruikt, dus in die groep ligt ook niet onze voorkeur.

Daarnaast zoeken we een ras/kruising die niet dezelfde gezondheidsproblemen kent als de Shiloh Shepherd.

Nadat we een besluit hebben genomen voor een bepaald ras/een bepaalde kruising, begint de volgende speurtocht. Namelijk welke fokker wil hieraan meewerken en welke van de honden uit dat ras/die kruising zouden in aanmerking kunnen komen? Het liefst gebruiken we natuurlijk een hond van een ras/kruising waarvan de ouderdieren en hun ouders, verschillende gezondheidstesten hebben ondergaan en waarvan de fokker alle resultaten heeft bijgehouden.

Maar dan zien de pups er toch niet uit als een Shiloh?

Dat klopt. Maar als we voor de pups uit de eerste kruising (F1) weer een Shiloh gebruiken en de pups daarvan (F2) ook weer met een Shiloh paren, dan zijn we al bijna weer terug bij hoe een Shiloh eruit zou moeten zien.

Voorbeeld: Een fokker in Engeland, Dr. Cattanach, wilde graag Boxers fokken die al zonder staart geboren zouden worden, omdat het verbod op couperen van staarten eraan zat te komen. Omdat de Welsh Corgi Pembroke al met een korte staart geboren wordt, was dat het ras dat hij voor de Boxer wilde  gebruiken. Je begrijpt dat veel mensen daar heel raar tegenaan keken, want de Boxer is natuurlijk veel groter dan de Pembroke en hoe zouden de pups er dan gaan uitzien? Hieronder zie je een raszuivere Corgi en een raszuivere Boxer.

Hieronder een foto van een  uit de eerste kruising als volwassen hond (F1) en daarnaast een F2 en al bijna weer een Boxer. De  foto rechtsonder is een vierde generatiehond en niemand op de show had gezien dat hij niet alleen Boxers, maar ook een Corgi als voorouder(s) heeft.

Zo snel hebben we het "type" dus weer terug.

F1
F1
F2
F2
Vierde generatie
Vierde generatie